Reactie op de Monitorings-en (tussen)evaluatierapportage Wkb 2025

Stichting Instrumentaanbieder WKI (WKI) heeft met belangstelling kennisgenomen van de Monitorings- en (tussen)evaluatierapportage Wkb 2025, opgesteld door Arcadis in opdracht van het ministerie van BZK/VRO.

Wij spreken onze waardering uit voor de omvangrijke inspanning die is geleverd om de eerste ervaringen met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in beeld te brengen. De rapportage geeft een breed overzicht van de ervaringen van verschillende betrokken partijen en levert daarmee een waardevolle bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het stelsel.

Als instrumentaanbieder onderschrijft WKI de hoofdconclusie van de rapportage dat er inmiddels aanwijzingen zijn dat het stelsel functioneert. Hoewel de Wkb nog relatief kort van kracht is en het aantal onderzochte projecten beperkt is, laten de bevindingen zien dat kwaliteitsborging in de praktijk werkbaar is en bijdraagt aan de doelstellingen die met de wet worden beoogd.

Een stelsel in ontwikkeling

Tegelijkertijd bevestigt de rapportage dat het stelsel zich nog in een ontwikkelfase bevindt. Dat is niet verrassend. De invoering van de Wkb heeft geleid tot nieuwe verantwoordelijkheden, nieuwe werkprocessen en een gewijzigde rolverdeling tussen opdrachtgevers, bevoegd gezag(en), aannemers, kwaliteitsborgers en instrumentaanbieders.

Het is daarom logisch dat niet alle onderdelen van het stelsel vanaf het begin volledig zijn uitgekristalliseerd. De ervaringen van de afgelopen jaren bieden waardevolle inzichten om procedures verder te verbeteren en rollen en verantwoordelijkheden scherper af te bakenen.

WKI ziet de evaluatie dan ook niet als een eindpunt, maar als een belangrijk moment in een continu proces van leren, verbeteren en professionaliseren.

Positieve signalen uit de praktijk

De rapportage bevat diverse positieve signalen die naar onze mening aandacht verdienen.

Met name de ervaringen van opdrachtgevers zijn in dat verband relevant. Hoewel het aantal deelnemende opdrachtgevers beperkt is, blijkt uit het onderzoek dat de opdrachtgevers die hebben deelgenomen overwegend positief zijn over de werking van het stelsel. Dat is een belangrijk signaal, omdat de Wkb uiteindelijk ook is bedoeld om de positie van opdrachtgevers te versterken en de bouwkwaliteit te verbeteren.

Daarnaast herkennen wij de bevinding dat kwaliteitsborging leidt tot meer aandacht voor kwaliteit, een betere voorbereiding van projecten en een vroegtijdige signalering van afwijkingen. Dit sluit aan bij de ervaringen die binnen het WKI dagelijks worden opgedaan.

De rapportage besteedt nog weinig aandacht aan de werking van het private deel van de Wkb. Daarover wordt mogelijk meer duidelijk wanneer het Instituut voor Bouwrecht (IBR) met zijn bevindingen komt.

De rol van instrumenten voor kwaliteitsborging

In de rapportage ligt de nadruk begrijpelijkerwijs vooral op de ervaringen van gemeenten, aannemers, opdrachtgevers en kwaliteitsborgers. De rol van de instrumenten voor kwaliteitsborging blijft daarbij echter relatief onderbelicht.

Naar de mening van WKI leveren instrumenten een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit, uniformiteit en transparantie van het stelsel. Instrumenten zorgen ervoor dat kwaliteitsborgers werken volgens vooraf vastgestelde en door de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) toegelaten werkwijzen. Daarmee wordt geborgd dat risicoanalyses, borgingsplannen, inspecties en dossieropbouw op een consistente en transparante wijze plaatsvinden. Belangrijk is daarbij te vermelden dat het Wkb-stelsel alle onderdelen van het Bbl omvat waardoor bijvoorbeeld ook ventilatie, energiezuinigheid en milieuprestatie de noodzakelijke aandacht krijgen.

Daarnaast bieden moderne instrumenten steeds meer mogelijkheden om kwaliteitsinformatie digitaal vast te leggen, te structureren en beschikbaar te stellen aan betrokken partijen. Dit draagt niet alleen bij aan een efficiëntere uitvoering van kwaliteitsborging, maar ook aan de traceerbaarheid en reproduceerbaarheid van beslissingen die tijdens het bouwproces worden genomen.

WKI ziet in de praktijk dat een goed ingericht instrument kwaliteitsborgers ondersteunt bij het maken van onderbouwde keuzes en tegelijkertijd opdrachtgevers, aannemers en bevoegd gezag meer inzicht geeft in de wijze waarop risico’s worden beheerst en kwaliteit wordt aangetoond. Wij zijn van mening dat een evaluatie van het functioneren van het stelsel niet volledig kan zijn zonder expliciete aandacht voor de bijdrage die de toegelaten instrumenten leveren aan de kwaliteit, uniformiteit en betrouwbaarheid van de kwaliteitsborging.

Representativiteit van de onderzoeksresultaten

Uit de rapportage blijkt dat de deelname van aannemers en opdrachtgevers  beperkt is geweest. Juist deze partijen hebben met dagelijkse uitvoeringspraktijk te maken en ondervinden direct de gevolgen van het functioneren van het stelsel.

Een bredere betrokkenheid van aannemers en opdrachtgevers bij toekomstige monitoringsonderzoeken zal bijdragen aan een nog evenwichtiger beeld van de praktijkervaringen met de Wkb.

Wij zien daarbij met name meerwaarde in aanvullend onderzoek naar de ervaringen van partijen die inmiddels meerdere projecten onder kwaliteitsborging hebben gerealiseerd. Naarmate meer praktijkervaring wordt opgedaan, ontstaat immers een betrouwbaarder beeld van de structurele effecten van het stelsel.

Samenwerking tussen kwaliteitsborgers, instrumentaanbieders en gemeenten

WKI constateert dat er vanuit gemeenten nog regelmatig kritisch wordt gereageerd op onderdelen van het stelsel. Kritische reflectie is waardevol en draagt bij aan verdere verbetering van de uitvoering. Tegelijkertijd hebben wij de indruk dat een deel van de zorgen samenhangt met onbekendheid met de wijze waarop kwaliteitsborging in de praktijk wordt uitgevoerd en hoe instrumenten voor kwaliteitsborging functioneren.

Wij zien daarom veel ruimte voor verdere kennisuitwisseling en samenwerking tussen gemeenten, kwaliteitsborgers en instrumentaanbieders. Uiteindelijk werken alle partijen vanuit dezelfde maatschappelijke doelstelling: het realiseren van veilige en kwalitatief hoogwaardige bouwwerken.

Een betere wederzijdse kennis van elkaars verantwoordelijkheden, werkwijzen en informatiebehoeften kan bijdragen aan meer vertrouwen en een effectievere samenwerking binnen het stelsel.

Een belangrijk aandachtsveld voor WKI is het realiseren van permanente educatie van de borgers. De kwaliteitsborgers dienen de actuele status van de bouwregelgeving te kennen om deze correct te kunnen toepassen. Daarnaast dient elke beoordeling met kennis van zaken gegeven kunnen worden.

Openheid voor dialoog

Vanuit WKI staan wij nadrukkelijk open voor overleg met alle betrokken partijen.

Wij nodigen gemeenten uit om kennis te nemen van de werking van het WKI-instrument en de wijze waarop kwaliteitsborgers hiermee in de praktijk werken. Door inzicht te geven in de risicobeoordeling, borgingsplannen, inspectiemomenten, dossiervorming en kwaliteitsverklaringen kan een beter beeld ontstaan van de wijze waarop kwaliteitsborging binnen het Wkb-stelsel wordt uitgevoerd. Die uitnodiging geldt eveneens voor andere belanghebbenden, waaronder de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Brandweer Nederland, brancheorganisaties, kennisinstituten en andere betrokken partijen.

Wij zijn ervan overtuigd dat verdere verbetering van het stelsel vooral wordt bereikt door samenwerking, transparantie en een open dialoog tussen alle stakeholders. In dat verband verwijzen we graag naar het artikel op onze website over de presentatie die we gaven voor Twentse gemeenten.

Reactie op de kamerbrief van 12 juni 2026

WKI heeft eveneens kennisgenomen van de Kamerbrief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 12 juni 2026 naar aanleiding van de Monitoringsrapportage Wkb 2025.

Wij waarderen de evenwichtige benadering die in de brief wordt gekozen. De minister erkent dat het nog te vroeg is om definitieve conclusies te trekken over de effectiviteit van het stelsel, maar constateert tegelijkertijd dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat het stelsel operationeel functioneert en bijdraagt aan professionalisering, bewustwording en betere dossiervorming. Deze constatering sluit aan bij de ervaringen die wij als instrumentaanbieder in de praktijk opdoen.

Positief is eveneens dat de minister kiest voor verdere verbetering van het stelsel op basis van praktijkervaringen, monitoring en samenwerking tussen de betrokken partijen. WKI onderschrijft het belang van een zorgvuldig groeimodel waarin het stelsel verder wordt geoptimaliseerd zonder de uitgangspunten van risicogestuurde kwaliteitsborging uit het oog te verliezen.

Een specifiek aandachtspunt betreft het voornemen om bouwmeldingen, startmeldingen en gereedmeldingen vanuit het Omgevingsloket rechtstreeks beschikbaar te stellen aan de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). Wij begrijpen en ondersteunen de behoefte van de TloKB aan een beter inzicht in de werking van het stelsel en aan betrouwbare informatie over de omvang en voortgang van projecten.

Daarbij achten wij het echter van belang dat deze informatievoorziening niet primair wordt ingericht met als doel instrumentaanbieders te controleren op de juistheid van hun projectregistraties. Instrumentaanbieders zijn voor hun informatievoorziening immers afhankelijk van gegevens die zij ontvangen van kwaliteitsborgers, initiatiefnemers en andere betrokken partijen. Deze informatie bereikt instrumentaanbieders veelal via een tweede of zelfs derde schakel in de keten. De volledigheid en actualiteit van die gegevens kunnen daardoor niet altijd volledig door de instrumentaanbieder worden gewaarborgd.

Wanneer de TloKB via het DSO beschikt over primaire broninformatie, ligt het daarom meer voor de hand deze informatie tevens beschikbaar te stellen aan de instrumentaanbieders. Daarmee wordt niet alleen de informatiepositie van instrumentaanbieders versterkt, maar ontstaat ook de mogelijkheid om het toezicht op kwaliteitsborgers en projecten effectiever uit te voeren. Een dergelijke informatie-uitwisseling draagt bij aan de kwaliteit van het getrapte toezicht binnen het stelsel en ondersteunt de gezamenlijke doelstelling om de werking van kwaliteitsborging verder te verbeteren.

WKI pleit er daarom voor om eventuele gegevensuitwisseling tussen DSO, TloKB en instrumentaanbieders nadrukkelijk vorm te geven als een instrument ter versterking van het toezichtstelsel als geheel, en niet uitsluitend als een controlemiddel richting instrumentaanbieders.

Slotbeschouwing

WKI onderschrijft de conclusie van de rapportage dat er aanwijzingen zijn dat het stelsel van kwaliteitsborging functioneert en dat de beoogde verbeteringen in de bouwkwaliteit zichtbaar worden.

Dat betekent niet dat het stelsel af is. Verbeteringen zijn mogelijk en ook te verwachten bij een relatief nieuw stelsel. Juist daarom is het belangrijk dat de verdere ontwikkeling van de Wkb plaatsvindt op basis van praktijkervaringen, objectieve gegevens en een constructieve samenwerking tussen alle betrokken partijen.

De in de Kamerbrief aangekondigde maatregelen bieden daarbij op verschillende onderdelen aanknopingspunten om de informatiepositie van betrokken partijen te versterken en het getrapte toezicht binnen het stelsel verder te professionaliseren.

WKI blijft zich inzetten voor een professionele, transparante en betrouwbare uitvoering van kwaliteitsborging en levert graag een actieve bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het stelsel.

Klantverhalen

Het WKI op de bouwplaats

De WKI-kwaliteitsborger komt regelmatig op de bouwplaats. Deze controles, samen met de zeer snelle deskcontroles van de door ons aangeleverde bewijslast, zorgen ervoor dat wij vroegtijdig het proces van kwaliteitsborging bij kunnen sturen wanneer dit nodig is.

Borg4 heeft bewust gekozen voor het WKI omdat het een volledig softwarepakket biedt dat bijzonder geschikt is voor bouwers die (nog) geen eigen kwaliteitsaanpak hebben ingericht of behoefte hebben aan een meer systematische werkwijze.

Plan een kennismaking voor meer informatie!