Hoe borg ik de milieuprestatie optimaal?

Kortgeleden heeft WKI-kwaliteitsborging weer een kennissessie georganiseerd voor haar kwaliteitsborgers. In deze sessie stond het borgen van de milieuprestatie centraal. Deze kennissessie werd mede verzorgd door Jan-Willem Groot, directeur van Stichting Nationale Milieudatabase (NMD).

Tijdens de kennissessie werd uitgelegd hoe het totale stelsel is georganiseerd en welke borgingsacties in het stelsel zijn opgenomen. Ook werd aangegeven dat er per 1 juli 2026 veel is veranderd. Het stelsel is gebaseerd op Europese bepalingsmethoden voor de milieuprestatie van een product, vastgelegd in de EN 15804 (Duurzaamheid van bouwwerken – Milieuproductverklaringen – Basisregels voor de productcategorie bouwproducten), de zogenoemde levenscyclusanalyse (LCA). Daarnaast is er EN 15978 (Duurzaamheid van constructies – Beoordeling van milieuprestaties van gebouwen – Rekenmethode) voor de bepaling van de milieuprestatie van een gebouw.

In EN 15804 is aangegeven op welke milieu-indicatoren wordt getoetst. Deze set milieu-indicatoren is per 1 juli 2026 uitgebreid naar 19 indicatoren (de zogenoemde set A2). Fabrikanten laten van hun product een LCA maken conform deze methode. Deze LCA’s worden getoetst door deskundigen die geregistreerd zijn bij Stichting NMD. Als de toets goed uitvalt dan worden deze LCA’s opgenomen in de NMD en kan er mee gerekend worden voor de MPG-berekening.

Categorieën

In de NMD zijn drie categorieën LCA’s opgenomen:

  • Categorie 1 zijn fabrikantgebonden LCA’s. Deze zijn het meest nauwkeurig.
  • Categorie 2 zijn branchegebonden LCA’s.
  • Categorie 3 zijn niet-getoetste LCA’s. Deze zijn opgesteld door NMD zelf, om daarmee mogelijk te maken dat een complete berekening kan worden gemaakt. Categorie 3-kaarten zijn conservatief (veilig) uitgewerkt en daarnaast wordt op de resultaten een toeslag van 30 procent meegerekend.

Op basis van de LCA’s worden milieukostenindicatoren (MKI-waardes) toegekend aan de producten. Alle producten die gebruikt worden bij de bouw worden bij elkaar opgeteld tot een totale MKI-waarde. Deze MKI wordt gedeeld door het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte (conform NEN 2580 Oppervlaktebepaling) en gedeeld door het aantal gebruiksjaren. Voor woningen is dat 75 jaar en voor de overige gebouwen 50 jaar. De uitkomst is de milieuprestatie. De eis voor woningen was tot 1 juli 2026 0,8 en voor kantoren 1,0.

Nieuwe eisen per 1 juli 2026

De berekeningsmethode is enigszins aangepast, en de consequentie is dat de eis voor woningen van 0,8 verandert in 1,6. Voor kantoren is per 1 juli 2026 een beperkte aanscherping (15 procent) doorgevoerd; in plaats van 2,0 wordt de eis 1,55. Daarnaast krijgen nu ook de andere gebruiksfuncties een MPG-eis van 1,85. Uitzondering betreft de overige gebruiksfuncties: daarvoor wordt de eis 1,8.

De overheid voert een beleid om in 2050 een volledig circulaire bouweconomie te realiseren. De milieuprestatie is een belangrijke tool om dat doel te halen. Ook Europees wordt via de CPR gestuurd om verbetering van de milieuprestatie van producten te realiseren.¹

Toetsprotocol

We kennen de MPG-eis al sinds 2018. Het werd echter al gauw duidelijk dat het bevoegd gezag nauwelijks controleerde. De Wkb moest dat veranderen. Echter, ook voor kwaliteitsborgers is dit lastig,² mede daarom deze kennissessie. Voor de borgers is een toetsprotocol opgesteld. Maar omdat kwaliteitsborging gebaseerd is op risicobeoordeling, is het belangrijk vast te stellen wanneer er sprake is van een risico en hoe dan gecontroleerd moet worden.

Jan-Willem Groot, directeur NMD: “Onze overheid voert een beleid om in 2050 een volledig circulaire bouweconomie te realiseren. De milieuprestatie is een belangrijke tool om dat doel te halen.”

Risicobeoordeling in de praktijk

Als tijdens het ontwerptraject de berekening correct is uitgevoerd en getoetst, dan is de vraag: is de berekening ook as-built uitgevoerd? De belangrijkste criteria daarvoor zijn:

  1. Is er marge ten opzichte van de eis?
  2. Welk categoriekaarten zijn gebruikt?

Toelichting

Laag risico

  • MPG-resultaat ligt ruim onder eis (>15 procent marge);
  • overwegend categorie 3-kaarten: op de resultaten wordt een toeslag van 30 procent meegerekend, dus minder risico;
  • traditionele bouwmethoden;
  • geen biobased claims;
  • geen innovatieve materialen;
  • controle: alleen plausibiliteit.

Middel risico

  • MPG-resultaat ligt 5-15 procent onder de eis;
  • mix van categorie 1-, 2- en 3-kaarten;
  • enkele productspecifieke kaarten (categorie 1);
  • enkele afwijkende materiaalkeuzes;
  • controle: beperkte steekproef.

Hoog risico

  • MPG-resultaat minder dan 5 procent onder de eis;
  • veel categorie 1-kaarten. Geeft bepaald product aan, dus afwijken kan niet. Ook worden categorie 1-kaarten ingezet om de eis te halen;
  • veel biobased materialen;
  • houtbouw;
  • innovatieve bouwsystemen;
  • project is geoptimaliseerd om de eis te bereiken;
  • controle: uitgebreide steekproef.

Blijken er afwijkingen te zijn ten opzichte van de MPG-berekening, dan zal deze opnieuw gemaakt en getoetst moeten worden.

Vuistregel

Tot slot een praktische vuistregel voor kwaliteitsborgers. Een kwaliteitsborger hoeft doorgaans slechts vijf zaken te controleren:

  1. Is de MPG ruim onder de eis of zit deze er dicht tegenaan?
  2. Welke vijf grootste categorie 1-producten bepalen de score?
  3. Kloppen de oppervlakten van gevel, dak en vloer?
  4. Zijn installaties volledig meegenomen?
  5. Zijn tijdens de uitvoering de hoofdmaterialen gewijzigd?

Kun je deze vijf vragen naar tevredenheid beantwoorden? Dan heb je meestal al 80-90 procent van het MPG-risico afgedekt met een beperkt dossieronderzoek en een beperkte controle op de bouwplaats.

Uiteindelijk is de bedoeling van de Wkb dat de consument krijgt waar deze recht op heeft. Daarnaast wil de overheid ingezet beleid in de praktijk gecontroleerd en geregistreerd zien.

¹ Zie ook het artikel ‘Informatiebijeenkomst CPR in de praktijk’ door Caspar van den Thillart in PONT | vakblad bouwen met kwaliteit nr. 9, 2025.

² Lees ook het artikel ‘Toetsing en handhaving MPG schiet tekort’ door Frank de Groot in PONT | vakblad bouwen met kwaliteit nr. 1, 2026.

Wat is WKI?

Het Woningborg Kwaliteitsborging Instrument (WKI) is een totaaloplossing waarmee aangesloten bouwondernemingen plannen, kwaliteit borgen en registraties doen. Het WKI gaat uit van risicogestuurd toezicht middels een steekproef, met een dekking van minimaal alle typen bouwwerken in het project. Het WKI is initieel ontwikkeld door Woningborg op basis van haar jarenlange praktijkervaring. Het instrument is ondertussen ondergebracht bij Stichting Instrument Aanbieder WKI (SIAW). WKI laat de inspecties op de bouwplaats uitvoeren door Nieman Raadgevende Ingenieurs.

Over de auteur

Drs. ing. Harry Nieman is adviseur bij Nieman Bouwkwaliteit/Nieman Beheer bv en docent bouwfysica bij Hogeschool Windesheim Zwolle. Dit artikel is geschreven voor kwaliteitsborgers, maar dit toetsprotocol en de risicobeoordeling zijn vanzelfsprekend ook zeer bruikbaar voor de afdelingen bouw- en woningtoezicht.

 

 

Nieuwsartikelen

Het WKI helpt je verder

Klantverhalen

Het WKI op de bouwplaats

De WKI-kwaliteitsborger komt regelmatig op de bouwplaats. Deze controles, samen met de zeer snelle deskcontroles van de door ons aangeleverde bewijslast, zorgen ervoor dat wij vroegtijdig het proces van kwaliteitsborging bij kunnen sturen wanneer dit nodig is.

Borg4 heeft bewust gekozen voor het WKI omdat het een volledig softwarepakket biedt dat bijzonder geschikt is voor bouwers die (nog) geen eigen kwaliteitsaanpak hebben ingericht of behoefte hebben aan een meer systematische werkwijze.

Plan een kennismaking voor meer informatie!